Onze laatste dag in Broome zijn we naar Roebuck bay gereden. We begrepen dat je hier goed kunt vissen en het een prachtige omgeving is. Om het kort te houden, niets gevangen! Wel genoten van echt een wonderschone omgeving! Een prachtige combinatie van een vreselijk blauwe oceaan, groenen bomen in de oceaan en een roze strand zorgen voor een adembenemend plaatje. En daarnaast doken de zee schilpadden overal naast ons op. Hier hoef je geen tour te betalen om met ze te zwemmen.

Maandag toen we vertrokken vanuit Broome naar Kununurra waren we nog een beetje aan het twijfelen over welke weg we zouden nemen. Over het algemeen heb je hier in WA (West Australië) niet zo heel veel keus. We zouden de highway kunnen nemen, deze is wel een stuk om maar is helemaal geasfalteerd, of de Gibb river road die recht door de natuur richting Kununurra gaat, een hoop mooie bezienswaardigheden op de route heeft liggen maar zo goed als helemaal onverhard is (660 km). Dit klinkt natuurlijk heel aantrekkelijk, maar door de slechte ervaring die we hebben met de vreselijke hobbeltjes die in de weg komen als het niet geasfalteerd is en er auto’s overheen rijden, hebben we hier toch wel even over nagedacht. Daarnaast zit er aan het eind een rivier crossing van ongeveer 200 meter, je kunt hier niet zomaar even omdraaien en een andere weg of de hele weg terug rijden. Het grote geluk dat we hebben dit jaar is dat door de COVID er bijna geen toeristen zijn om deze weg, dus de weg niet in een betere staat kan zijn dan nu, en doordat het droog seizoen is de rivier erg laag staat. Dit zorgde ervoor dat we toch voor deze weg hebben gekozen! Boodschappen voor 4 dagen ingeslagen, de banden wat leeg laten lopen en voldoende benzine mee, zo goed mogelijk voorbereid gingen we op pad!

Maandag reden we vanuit Derby het eerste stukje van de Gibb op, het was ondertussen al eind van de middag dus het werd tijd om een slaapplaats te vinden. Dankzij de handige app Wikicamps waar iedereen betaalde of gratis slaapspots opzet kunnen we dit hier in Australië altijd makkelijk vinden. We zagen ook net voor ons uit 2 auto’s met caravans een pad inslaan, hier zijn we mooi achteraan gereden. We zagen ook op Wikicamps dat dit een mooie spot moest zijn om te overnachten. Nadat we met z’n alle op de plek van bestemming aan waren gekomen, werden we al uitgenodigd om bij hen langs te komen. Het gaat hier om 2 dames rond de 75 die al sinds de basisschool vriendinnen zijn en hun partners die beide tegen de 80 zijn. Ze bleven 3 (!) weken in de middle of nowhere met hun camper staan om te vissen en te relaxen, totdat de border naar het noorden open is. Hoe stoer op deze leeftijd. Die avond was het al redelijk laat en moesten we nog eten koken dus hebben we het lieve aanbod even overgeslagen. Robert heeft die avond nog wel even de hengel uitgegooid en een catfish gevangen! Hij heeft deze van de haak gehaald en dood gemaakt. Aangezien de vis er niet zo vriendelijk uitzag heeft hij dit gedaan zonder aan te raken, en maar goed ook. Hij is hiermee gelijk naar de ‘oudjes’ (zo noemden ze zichzelf) gelopen om te vragen of deze vis eetbaar is. En dat issie! Maar ook heel giftig, dus de oudjes hebben de giftige vinnen en de kop eraf gehaald voor ons en de vis mee terug gegeven.

De volgende ochtend wilden we even doei zeggen tegen deze lieve mensen, maar zaten we al snel voor een paar uur aan de koffie. Er werd er op aangedrongen dat we die avond met hen mee moesten komen eten, dus zo hebben we besloten om toch nog maar een extra nachtje te blijven. Haast hebben we immers niet. Die middag hebben we de vis gevuld met boter, peper en zout en wat kruidenboter. In de aluminium folie en 25 minuten aan beide kanten laten garen boven een vuurtje, niets meer aan doen! De huid kun je er dan zo afhalen en de graten vallen er bijna uit zichzelf al uit. Wat hebben we ervan genoten! En dan te bedenken dat Robert normaal gesproken niet verder komt dan gebakken zalm of kibbeling. Daarna in de avond nog gezellig geborreld en gegeten met de geweldige lieve en levenslustige oudjes. Heerlijk zo’n onverwachtse topdag!

De volgende dag vonden we het ook wel weer lekker om op pad te gaan! Even toeteren naar de oudjes (om te zorgen dat ze ons niet weer over gaan halen) en weer back on the road! Op weg naar ‘Tunnel Creek’. Dit is een tunnel waar je doorheen kunt lopen en zoetwater krokodillen kunt zien. Je moet regelmatig ook tot aan je middel door het water lopen, en met een hoofdlampje op om je heen schijnen om te kijken of je de krokodillen ziet. De combinatie van: donker, krokodillen, water en een tunnel zorgde toch al wel snel dat mijn hartslag werd verhoogd toen we het daglicht zagen verdwijnen achter ons. Ik denk dat ik het wel claustrofobisch kan noemen. Ik weet dat ik dit ook eerder heb gehad in de grotten in Slovenië. Rustig doorademen en er vooral niet te veel aan denken. Krokodillen om je heen klinkt natuurlijk heel eng, maar er zit hier een groot verschil tussen zoet of zoutwater krokodillen. Zoetwaterkrokodillen ook wel ‘freshies’ genoemd hier in Australië worden niet zo groot een zijn geen vleeseters. Uiteindelijk hebben we er ook maar 1 gezien, op ongeveer 10 meter afstand. Je kunt ze ook alleen maar zien door met je lamp op hun ogen te schijnen en dan zie je 2 rode oogjes boven het water. Deze hebben we trouwens ook in het meer waar we daarvoor met de oudjes kampeerder gezien. Op een ochtend liep ik de tent uit, stond ik een halve meter van de kant vandaan, tuurde ik over het water en om me heen of ik geen krokodillen zag, en hoorde ik ineens een hele grote plons net voor me voeten. Volgens mij kwam ik lichtjes los van de grond van schrik. Robert hing dan ook gelijk uit de tent om te checken of alles nog wel goed ging. Dat was waarschijnlijk een ‘freshie’ die ook van mij schrok. Is ook wel te begrijpen zo ’s ochtends vroeg’

Eerlijk gezegd waren we op een gegeven moment meer bezig met de soort schorpioenen/krabben in het water die wel 15 cm groot waren en die elke keer richting onze voeten renden als we het water inliepen. Zul je net zien, zit het gevaar in een klein hoekje. Dit had niemand ons verteld.

De volgende dag werd het tijd voor een mooie wandeling naar één van de mooiste plekken aan de Gibb river road. Dit was een redelijk korte wandeling naar de ‘Bell gorge’ en kwam uit bij een prachtige waterval waar je ook kan zwemmen. Aangezien krokodillen niet kunnen klimmen zullen ze nooit in water terecht komen als het omringt is door rotsen. Prachtige wandeling die beloond wordt met een heerlijk verkoelende duik!

Die middag kwamen we bij het enige benzinestation uit op deze route. Je bent dus verplicht om hier te tanken en eventueel iets in te slaan betreft levensmiddelen. Aangezien de prijs walgelijk duur was 2,10 dollar per liter waar het normaal gemiddeld 1,35 is, en ze 8,50 dollar voor een bevroren blok ijs vroegen (om het eten in onze koelbox koud te houden) en we nog ongeveer 4 dollar voor 2 appeltjes betaalden, en daarnaast zouden we 5 dollar moeten betalen voor 45 min wifi en we ook de wc nog niet eens konden gebruiken, en we de entree van volgende wandeling daar moesten betalen, hebben we besloten dat het even lekker uit konden zoeken met z’n alle. Ook nog eens 10 dollar per persoon om een wandeling te maken van 7 kilometer. Sorry hoor maar Australië moet maar zorgen dat ze hun dingen hier beter op orde brengen. Met een volle tank en jerrycan, en een lege portemonnee, die middag maar onze weg op de Gibb road vervolgd. Nog 1 nacht aan deze prachtige route slapen en genieten van de rust en dan vrijdag ochtend nog maar een paar uurtjes om in Kununurra aan te komen.

Nu zijn we alweer een aantal dagen in Kununurra en loopt het allemaal een beetje anders dan gepland. Ons werk gaat niet door omdat ze alles al eerder geplukt hadden dan verwacht. Toevallig omdat een Nederlands stel dat we ook in ‘Broome’ hadden ontmoet net voor ons aan waren gekomen, en toevallig op deze boerderij terecht waren gekomen om mee te helpen plukken. Dit resulteert erin dat het daardoor al zo goed als klaar was voordat wij aankwamen. We nemen ze niets kwalijk! Eigenlijk maakt het ook niet zoveel meer uit want we kunnen onze reis naar Darwin ook niet vervolgen. We zouden hier tot de 17e moeten wachten tot de grens open gaat, maar nu schijnt het als je daarna weer terug naar WA wilt dan zouden we 2 weken in een hotel in quarantaine moeten. Dat hebben we er niet voor over om 2 weken in en om Darwin te reizen. Dit betekend nu dus dat we hier tot eind deze week op de camping blijven, de rubber van de motor van de auto wordt deze week ook gerepareerd, en dan het weekend voor een paar dagen naar Lake Argyle gaan en uiteindelijk begin volgende week bij onze ex collega’s langs kunnen gaan, die komen de 13e terug van hun werk. We hebben maar een week met hen gewerkt, maar zo gaat dat hier in Australië. Heel regelmatig worden we binnen een gesprek van 10 minuten al uitgenodigd om langs te komen bij hen. Vreselijk gastvrij zijn ze hier!